Populaire berichten

woensdag 29 februari 2012

Mooie mobiele versie van Blogger



Alles wordt moderner. Zie hier de hotelkamer die we laatste hadden op Schiphol. Maar wat ik wilde zeggen is: er is een voor blogger een smartphone versie uit. Gaat automatisch als je er va je smartphone naar toe gaat. Ter info.

dinsdag 28 februari 2012

Een inbraak, altijd lastig.



Een inbraak, de zoveelste in Rotterdam.
Altijd lastig. Toch maar pensloten aan de voordeur laten plaatsen.
En iets met lampen, voor en achter.
Het deed me niets de inbraak.
Maar voorkomen blijft beter dan genezen.
Wel verrassend altijd weer hoe je reageert.
In dit geval helemaal niet.
Scheelt natuurlijk wel dat de inbrekers alles netjes hebben achtergelaten.
Mijn dank daarvoor.

zondag 26 februari 2012

Lethargie, depressie en lijden. (Douwe Tiemersma)


Het is moeilijk
in lethargie, depressiviteit, lijden
je zelfbeperking te zien en
los te laten.

Het is nog veel moeilijker
in creativiteit, flow, gelukzaligheid
je zelfbeperking te zien en
los te laten.

Zie
in de open oorsprong:
lijden en gelukzaligheid zijn
vrij van zelfbeperking.

De waanzin van Douwe Tiemersma



In de vorige Advaita Post stond iets over pijn om iets te verduidelijken en te laten herkennen. Nu volgt iets over waanzin.

Na de ingrijpende operatie lukte de pijnstilling niet goed. Anesthesisten probeerden van alles uit om toch zoveel mogelijk de pijn te dempen. Een van de middelen was ketamine. Deze stof wordt ook gebruikt als drug om de zintuiglijke functies te stoppen en los van de wereld en het lichaam te komen. Bij mij sloegen deze functies, vooral de visuele, op hol. Met de ogen open kwamen de verschijnselen in het visuele veld tot leven. De structuur van de muur tegenover mij begon te bewegen als een wateroppervlak, steeds sneller en met steeds fellere kleuren. Nergens was een stilstaand punt, nergens een houvast. In die totale kermis werd alles meegezogen. Ook mijn lichaam en ikzelf werden meegenomen. Met de ogen dicht was dit alles nog sterker. Eerst was er een snel veranderend schouwspel van ingewikkelde, fel gekleurde en vrij abstracte figuren, een snelle afwisseling van totaal verschillende tableaus. Daarin werd ik steeds meer meegenomen en daarin verdween ik steeds meer. Gelukkig bleef er intern een herkenning, net als bij de ondraaglijke pijn, van de oorsprong waar de dolgedraaide energieën geen vat op hebben.

Een belangrijk punt hierbij is te zien dat de identificatie met het lichaam, met een wereld, ontzettend veel dieper gaat dan je ooit kunt bedenken. Het oorspronkelijke dat aan die identificatie voorafgaat ligt ontzettend veel dieper dan het terrein waarop nog gesproken kan worden, veel dieper dan de diepgaande gevoelsmatige energieën. ‘Je’ hebt daar niets meer te willen, en het gaat dan niet om concepten, zelfs niet om gewaarzijn van verschijnselen. Vanuit deze herkenning is het duidelijk dat er in advaitakringen veel oppervlakkigs wordt verteld.

Een tweede punt is de herkenning van de waanzin bij het opgaan in het voortdurend rondtollende en flitsend snel veranderende universum. Steeds diepere lagen van je incarnatie komen daarbij vrij van de vanzelfsprekende patronen. Er is het gevoel zelf totaal uiteen te vallen. Als er een poging is jezelf vast te houden, is er ook het vaststellen dat dit niet lukt. Dan kan er een grote angst ontstaan, een totale verkramping. Juist omdat het gebeuren universeel is, is de kans groot op een verkrampende implosie: dan is er alleen nog waanzin. Alleen door de interne herkenning van de eigen oorsprong, voorafgaande aan de diepliggende grondslagen van de eigen incarnatie, is het gebeuren van de ‘eindtijd’ te accepteren. Dat betekent bevrijding.

maandag 20 februari 2012

Ik ben een grapje



Ik ben een grapje, tikte ik net op mijn Facebook.
Facebook is een grapje, tikte ik net op mijn Blog.
Mijn Blog is een grapje, tikte ik net tegen mijn hoofd ....

woensdag 15 februari 2012

Vooruitgang



Elektriciteit heeft ons licht gebracht en de beul zijn stroomstoten.

maandag 13 februari 2012

Uit Satsang 7 september2011 (Douwe Tiemersma)



Een totaal andersoortige werkelijkheid

Uit een gesprek met Douwe Tiemersma, Gouda, 7 sept. 2011

Verlichting is nogal een moeilijk begrip. Ik gebruik het niet vaak, maar het heeft te maken met een oorspronkelijk bewust-zijn dat er altijd al is, maar meestal niet bewust wordt herkend. In de meeste yoga-scholen wordt daar meditatief en stapsgewijs naar toe gewerkt, bijvoorbeeld bij het achtvoudige pad van Patanjali. Dit wordt dan geplaatst in het kader van de tijd en in het kader van de ruimte. Maar het gaat om iets heel anders. Het heeft te maken met bewustwording van datgene wat vooraf gaat aan het ontstaan van tijd en ruimte en alle vormen die daarin aanwezig zijn. Het is daar zelf niet aan onderworpen, het is daar vrij van. Wanneer je daar bewust in kunt verblijven, herken je dat het iets van je eigen zelf-zijn is. Er is dan een uiterste ontspanning, een loslaten en tegelijk een uiterst helder bewust-zijn. Die combinatie is erg moeilijk voor de meeste mensen. Er is ook vaak een verkeerde opvatting van het type bewustzijn dat er dan is. Wanneer je je totaal ontspant, komt er een andersoortig bewustzijn. In het Westen wordt bewustzijn meestal gedefinieerd als ‘gericht zijn op iets anders zodat je dat leert kennen’. Ik zie een lamp en ik ben me er bewust van. Dit bewustzijn is een kwaliteit van de waarneming. Je bent gericht op de dingen in het horen, het voelen, het zien. Maar wanneer je je ontspant, valt die gerichtheid weg. Dat is iets wat in de westerse psychologie en filosofie nooit herkend en nooit geaccepteerd is. Maar het is juist een erg waardevol type van bewustzijn. Je keert terug naar de oorsprong van je aandacht. Daar vind je een nulpunt waarin het open is. In die oorsprong ben je jezelf.

Het gaat dus om een bewustzijn van de totaal ontspannen staat. Iedereen heeft dat in zich, want iedereen is zichzelf. De vormen die het zelf heeft gekregen, zoals zelfbeeld, sociale identiteit, allerlei opvattingen, trauma’s, complexen, zijn allemaal secundair. Er is altijd iets dat voorafgaat aan het diepste trauma, iets dat geen last heeft van dat trauma. Als je daarmee contact kunt krijgen is dat de basis waarop dat trauma verdwijnt. Je schiet niets op met het blijven wroeten in het verleden of in allerlei moeilijke omstandigheden. Ook zogenaamd ‘normale mensen’ hebben een complex, namelijk een ik-complex. Je gaat dus terug naar het gebied voorafgaande aan de ego-vorming. Wanneer je daar niet regelmatig naar terugkeert – al is het maar in de slaap – dan word je binnen de kortste tijd overspannen en ben je rijp voor de psychiater. Iedere vorm van yoga is er op gericht je te laten terugkeren naar je oorspronkelijke staat. De jnanayoga die in de Advaita Vedanta centraal staat, zegt: laat dit met inzicht gebeuren, zodat die staat stabiel kan blijven.

Moet die staat herkenbaar zijn op een of andere manier?

Nee. Besef dat het niet gaat om een psychologisch of persoonlijk herkennen. Het gaat om een totaal andersoortige werkelijkheid. Ga dit niet reconstrueren in de standaard ruimte en tijd en de wereld van de mensen. De standaardwereld is heel erg betrekkelijk. Als je over honderd jaar terug zou kunnen kijken en je ziet hoe druk die ego’s zich allemaal maken en doen alsof hun werkelijkheid de absolute werkelijkheid is, dan zie je hoe betrekkelijk dat is. Je ziet dan ook dat de bron van het lijden direct samenhangt met een heel beperkt perspectief van dat ego met al zijn conditioneringen. Wanneer je maar een klein beetje ruimer en dieper bewust wordt, besef je dat het zelf-zijn oneindig veel groter is dan dat beperkte wereldje. Het beperkte ik denkt: ik moet vrij worden in deze wereld dus daar moet ik me laten gelden. Ik moet meer macht, meer geld, meer spirituele vermogens krijgen en daardoor word ik vrij. Die basale vergissing maken bijna alle mensen.

Dus keer terug naar die oorsprong. Wanneer dit op een bewuste manier gebeurt, ga je heel snel door al die lagen heen. De helderheid van bewustzijn moet extreem hoog zijn. Anders verval je heel snel weer in de standaardreactie, bijvoorbeeld wanneer iets zich als heel interessant aandient, wanneer iemand je naam noemt of wanneer er een aanval is. Je zult dan moeten zien en ervaren: er is ook iets anders mogelijk. Dat is het bewuste herkennen van wat je altijd al was en daarbij blijven. Je zult op een gegeven ogenblik herkennen dat zelfs het eerste binnengaan in de wereld, de eerste stappen van incarnatie, een traumatische kant heeft. Waarom is dat zo? Omdat het een inperking is van een eindeloze vrijheid en non-dualiteit.

Er is de mogelijkheid van het steeds meer gaan incarneren in die wereld van ruimte en tijd, maar ook van het juist weer terugkeren naar een dimensie waarbij die wereld van ruimte en tijd ontzettend betrekkelijk wordt. Het is een dieptedimensie in die wereld, maar valt niet samen met de wereld van de drie ruimtedimensies plus die van de tijd. Wanneer je ziet dat die dieptedimensie daar niet mee samenvalt is er ook vrijheid ten opzichte van die wereld. In de hele theologie en filosofie van de 20e eeuw wordt gezegd: je bent nu eenmaal eindig, dat moet je maar accepteren, maak er maar wat van. Maar wanneer je teruggaat naar jezelf, merk je dat dat zelf-zijn oneindig veel ruimer is. Het is niet ruimer binnen de ruimte van de standaardwerkelijkheid, maar het bestaat in een heel andere dimensie die veel grootser is dan de kosmos. Wat was er voor de Big Bang? Daar kunnen we niets over zeggen. Na miljarden jaren gaat het heelal krimpen. Wat blijft er over? Daar kunnen we niets over zeggen. Wat is er buiten de grenzen van het heelal? Daar kunnen we niets over zeggen. Terugkerend in jezelf kun je een interne herkenning hebben van een weten dat je jezelf blijft, wat er ook gebeurt, ook buiten de grenzen van het heelal. Natuurlijk, alles wat bij dat heelal hoort- lichaam en geest- gaat verdwijnen. Maar hoe zit het met jezelf? Het gaat op in iets veel groters. Daar kun je bewust van blijven. Die dimensie kun je open laten, ook als zelfruimte. Als dat duidelijk is hoeven we niet meer verder te praten.

* * * * *

Douwe Tiemersma over het dragen van pijn



Pijn

Mensen stellen vragen over ervaringen rond de operatie. Misschien is het nuttig over enkele te schrijven. Vandaag over de pijn.
Regelmatig word je in het ziekenhuis gevraagd de sterkte van je pijn een cijfer te geven van 1 t/m 10. Van 1 tot 6 is die pijn nog dragelijk. Dat betekent dat je een zekere bewustzijnsruimte hebt waarin je de pijn ‘kunt dragen’ en een houding tegenover de pijn kunt innemen. De pijn is dan een ervaren verschijnsel dat zich in je lichamelijke sfeer opdringt en waar je je haast als vanzelf met je aandacht op focust (1). Deze gerichtheid geeft vrijwel altijd lijden, als de pijn aanblijft, omdat ‘ik’ die pijn niet wil.
Dat is ook het geval als je in je bewustzijn afstand neemt van de pijn als lokaal verschijnsel en vaststelt dat je niet die pijn bent (2). De dualiteit van ik en pijn blijft bestaan. Er blijft een weerstand tegen de pijn.
In deze situatie kan er een besef komen van de noodzaak de pijn gelaten te aanvaarden en je neer te leggen bij het onvermijdelijke van de pijn (3). Meestal is dit ook geen definitieve oplossing, omdat er een ik-persoon blijft met een conflict: enerzijds wil ik de pijn niet en anderzijds wil ik dit niet-willen laten wegvallen. Binnen een ik kan dit conflict niet worden opgelost.
Dat kan pas plaatsvinden als de structuur ik-pijn, met alle weerstand, verdwijnt. Vanuit je bewust-zijn kun je je blikveld verruimen in alle richtingen, zodat het pijnverschijnsel een heel betrekkelijk plaatsje in je bewust-zijn krijgt zonder focus. De afstand tussen jezelf en de pijn die er was, is dan grotendeels verdwenen in je grote bewust-zijn. Dat gebeurt volledig, als je je bewustzijnscentrum loslaat (4). Dan is er een overgave aan het grote non-duale geheel.
Uitgaande van je bewust-zijn kan het wegvallen van de afstand ook direct plaatsvinden, als je bewust naar de pijn toegaat, die pijn binnengaat en gaat samenvallen met de kern van pijn (5). Je geeft je dan over aan de pijn. Ik en pijn verdwijnen dan in een non-dualiteit. Zie het interview op de website onder GGZ en non-dualiteit: 'Samenvallen met de pijn'.
Voor zover de pijn ontzettend sterk is, is er geen sprake van een bewust-zijn van waaruit een kiezen van een houding of beweging ten opzichte van de pijn mogelijk is (6). Dat gebeurde bij mij, toen op de intensive care het ‘pijnblok’ niet meer werkte. De pijn kan ondraaglijk zijn, dat wil zeggen, niet te dragen door een persoon, een ik met een zekere bewustzijnsruimte. Het ik wordt overweldigd en weggevaagd. Dan is er alleen nog maar pijn-zijn. Hierbij is er niet de keuze die in de bovenbeschreven situaties wel bestond. Hier zijn keuzevrijheid en weerstand niet aan de orde. Met geweld wordt het ik overrompeld. Over blijft een laag van oneindig zijn, voorafgaande aan die van de ik-persoon, met een kreunen als van een dier. Hierin blijft er het weten van deze vóórtoestand. Dit is een intern basisbewust-zijn dat samenvalt met deze natuurtoestand. Zo is er het interne zijnsweten van een oernon-dualiteit en deze blijkt een oerstilte en oerlicht te zijn. Je droom van ik en pijn gaat zomaar over in een grote, lichte, stille, eigen, bewuste droomloze slaap.
Hevige pijn die je uit de wereld wegslaat, geeft dus een goede mogelijkheid je intern van dat eigen oneindige stille licht en van het absolute waarin die stilte overgaat, bewust te laten worden.
Als dan toch de wereldse situatie terugkeert, kan deze dimensie open blijven ....

* * * * *

In liefde en non-dualiteit


Alleen in zelf-standigheid
zonder afhankelijkheid
kom je open
in liefde en non-dualiteit.

zaterdag 11 februari 2012

Alexander Smit; de oude Cheng, met 6 teksten en 21 audio's!



Ik heb een week of 4 geleden deze teksten beluisterd. Ik ga het nog een keer doen. Hele mooie zomercursus van Alexander Smit. In 7 dagen, 3 keer per dag, kortom in 21 delen,  neemt hij je mee via de oude boeddhistische meester Cheng naar de kern van de Advaita. Weergaloos. 

Klik hier voor de MP3's

Hieronder een eerste deel in tekst vorm om je warm te maken.

De woorden van de Oude Cheng (1)

De abt van een boeddhistisch klooster nodigt de oude Cheng uit om zijn monniken te onderwijzen. De zaak loopt lichtelijk uit de hand.

‘De oude Cheng grijpt niet in om tegemoet te komen aan de verlangens van een enkeling om gebeurtenissen in stand te houden of de loop der gebeurtenissen te veranderen. De oude tradities hoeven niet bewaakt te worden en er is ook geen revolutie nodig, maar alleen wat nu, op dit ogenblik voor de hand ligt.

Kaalgeschoren schedels, als ik me op een ongebruikelijke manier tot jullie richt, dan gebeurt dat in de hoop dat jullie eindelijk de moed zullen opbrengen de Oorspronkelijke Geest rechtstreeks in jezelf te zien, in plaats van die steeds weer te zoeken aan de hand van grappenmakers die al eeuwen dood zijn of door steeds weer met malle oude kerels te praten zoals ik.

Mijn methode is jullie door elkaar te schudden als een struik in de bergwind. Zo breek ik al jullie steunpunten aan stukken. En daar sta je dan, helemaal de kluts kwijt, met niets meer om je aan vast te klampen. Maar doordat ik al jullie kleinzielige zekerheidjes ontkracht, raak je in paniek en om jezelf dan weer gerust te stellen, zeggen jullie dat ik zondig tegen de traditie en tegen het goede fatsoen en dat ik een lelijke heiligschenner ben.

Zo kunnen jullie je dan toch nog wanhopig vastklampen aan de uiterlijke schijn en aan dingen die bedoeld zijn als hulpmiddel in plaats van ze te laten gaan zonder iets te willen achterhouden. Omdat mijn woorden geen weerklank bij jullie vinden, heb ik jullie een rad voor de ogen gedraaid door je te vertellen dat ze afkomstig zijn van een of andere oude schelm die al eeuwen dood is.
Maar ook dat heeft je niet geholpen te begrijpen dat deze woorden direct, hier en nu, voor jullie gelden. Integendeel, jullie behandelen ze nu als een museumstuk dat bewaard en vereerd moet worden. Kaalgeschoren schedels, door je aan futiliteiten vast te klampen, vergooien jullie je leven, en de evidente tegenwoordigheid van de Oorspronkelijke Geest ontgaat je. Wat een mislukking!
Kaalgeschoren schedels, de Oorspronkelijke Geest verschijnt niet bij het verdwijnen van de slaap en verdwijnt niet als die je overmeestert. De Oorspronkelijke Geest is niets en hangt op geen enkele manier af van dingen die veranderen of verdwijnen.

Als de Oorspronkelijke Geest echt het enige was wat jullie interesseerde, zouden jullie alles wat verandert en sterft op precies dezelfde manier zien als de wervelingen van de dansers met de rode zijden banieren. En het enige waar jullie je nog aan vast zouden houden, zou het ononderbroken zoeken zijn naar dat in je wat niet verandert en niet sterft. Als je het eenmaal gevonden hebt, zou geen van de duizend werelden ook maar een ogenblik in staat zijn je ervan te scheiden.

Jullie denken dat je op zoek bent naar de Oorspronkelijke Geest, maar in feite zoeken jullie naar een toestand van voldoening en naar bevrediging van kennis en aanzien. En daarom, arme kaalkoppen, zijn jullie totaal betoverd door alles wat verandert en sterft, in je en buiten je. Daarom gaan de woorden van de oude Cheng dwars door jullie heen zonder een spoor achter te laten, zoals vogels geen spoor nalaten in de lucht.

Kaalgeschoren schedels, alles wat jullie over de Oorspronkelijke Geest denken en zeggen, is alleen maar gekakel van jullie persoonlijke kleine geest. Maar jullie tonen geen enkele respons op wat je spontaan door de natuur wordt aangeboden, tenzij je het eerst geïnterpreteerd hebt volgens meningen van anderen die je boven jezelf hebt geplaatst. Hoe kun je hopen, zolang je net zo kunstmatig blijft als de draken die voor de festiviteiten worden gemaakt, ooit de Oorspronkelijke Geest in zijn spontaniteit te zien?

Toen ik jong was, heb ik het land in alle richtingen doorkruist, terwijl ik me bezondigde aan allerlei studies en oefeningen. Ik bezocht allerlei verdwaalden die zich inbeeldden dat ze verlicht waren en niets anders deden dan anderen misleiden.

Toen heb ik hem ontmoet die het mij mogelijk maakte te ontdekken dat ik mijzelf had omhuld met een vette modderkorst die nergens toe diende. Daardoor werd de juiste richting mij duidelijk en vanaf dan hield ik mij alleen nog maar bezig met de Oorspronkelijke Geest.

En op een dag is alles in elkaar gestort in het Ontwaken.

Ik, oude Cheng, doe niemand na, ik belijd geen enkel geloof, ik volg geen enkele school en ben niemands volgeling. In mijn wezenlijke natuur weet ik niets, heb ik niets en ben ik niets, want daar bestaat geen oude Cheng. Wat ik jullie hier zeg, komt niet voort uit dingen die ik geleerd heb. En wat het dagelijkse betreft, daar vloeien de dingen waaraan ik deelneem vanzelf uit elkaar voort. Zelfs met de Oorspronkelijke Geest bemoei ik me niet meer.

Kaalgeschoren schedels, ik heb niets voor jullie verborgen gehouden. Wat voor belang hebben jullie hier eigenlijk bij? Niets dan gekakel!’

En de oude Cheng verliet het vertrek.

‘Jullie zouden dolgraag weten wie ik toch wel ben, en uit welke spirituele school ik kom, wie mijn leraren zijn geweest, waar ik vandaan kom en nog een heleboel dingen die allemaal even oninteressant zijn. Sommigen denken dat ik wel een verlichte moet zijn, omdat immers de abt me gevraagd heeft jullie toe te spreken.

Anderen denken dat ze een oude gek voor zich zien die zich op een schandalige en beledigende manier gedraagt en die je met stokslagen naar buiten moet jagen, omdat hij de woorden noch de mannen uit het verleden respecteert die door de traditie vereerd worden, noch de woorden en de mannen van vandaag, hoewel ze een verheven reputatie hebben. Zo kijken jullie alleen maar naar het omhulsel, naar de buitenkant, de vorm van de dingen en daardoor ontdekken jullie niet de ware man in jezelf.’


De woorden van de Oude Cheng (2)

De abt van een klooster vraagt de oude Cheng zijn monniken te onderwijzen. De zaak loopt lichtelijk uit de hand.

‘De Oorspronkelijke Geest is altijd tegenwoordig geweest, vlak voor je ogen. Je hoeft niets te verwerven om hem te kunnen zien, want je hebt elk ogenblik alles tot je beschikking wat daarvoor nodig is. Als jullie er toch niet toe in staat zijn, komt dat door je onophoudelijke gekwebbel met jezelf en met anderen.

Jullie brengen je tijd en leven door met veronderstellen, vergelijken, berekenen, commentaar leveren, argumenteren, verklaren, rechtvaardigen en citeren van wat jullie kleine hersentjes hebben onthouden of dachten te begrijpen van de geschriften en van de woorden van oude ratels zoals ik. Bij voorkeur gebruiken jullie de woorden van degenen aan wie men, toen ze eenmaal veilig dood waren, zo’n gezag heeft toegekend dat hun woorden daarna nooit meer in twijfel getrokken konden worden. Hoe willen jullie onder zulke omstandigheden de Oorspronkelijke Geest in al zijn onmiddellijkheid kunnen zien?
Kaalgeschoren schedels, omdat jullie zo opgewonden zijn als apen, besteden jullie je tijd aan futiliteiten. Jullie leven stroomt weg als modderwater. Er is voor jullie geen uitweg. Zeggen dat de Oorspronkelijke Geest niet louter niets is, maar ook niet als een iets bestaat … wat een gewauwel. Denken over de Oorspronkelijke Geest … wat een vergif. Opgeven van de gedachte en denken aan de afwezigheid van deze gedachte … nog meer vergif. Kaalgeschoren schedels, jullie zijn voortdurend aan het zoeken met jullie gedachten en zo doe je niets anders dan gedachten voortbrengen. Denken dat de Oorspronkelijke Geest kan worden begrepen door middel van gedachten, is jullie ondergang.

Wierook branden, soetra’s reciteren, je tijd doorbrengen met je ter aarde buigen, opletten of je wel helemaal stilzit, je op een gedachte of juist het uitbannen van die gedachte concentreren, kijk, dat is jullie dwaling. Jullie menen te kunnen ingrijpen en daardoor doe je niets anders dan steeds weer activiteiten produceren. Je leeft in de illusie dat je de Oorspronkelijke Geest kunt zien door middel van (juist) handelen.

En nog iets. Het vereren van de Boeddha roept het kwaad (van de gehechtheid) op, en het verwerpen van de Boeddha roept het kwaad (van profaniteit) op. En zo, kaalkoppen, zijn jullie steeds bezig met het tot uitdrukking brengen van gevoelens, waardoor alleen maar meer gevoelens worden voortgebracht. Jullie menen dat je de Oorspronkelijke Geest kunt zien door middel van gevoelens. Wat een vergissing!

Kaalgeschoren schedels, jullie zijn ervan overtuigd dat je zo ooit de Oorspronkelijke Geest te zien zult krijgen. Maar op die manier pak je alleen jezelf bij de staart, en niets anders. Nooit, hoor het goed, nooit zul je op die manier de Oorspronkelijke Geest te zien krijgen. Maar jullie luisteren niet naar mij. Je blijft liever doof. Jullie zien de Oorspronkelijke Geest niet omdat je liever blind blijft. Jullie zijn niet meer te redden.

Als je de gedachten van anderen beschouwt als heilige kostbaarheden, waard om ze ingetogen en eerbiedig uit het hoofd te leren, te reciteren en door te geven alsof het een groot geheim betreft, kijk, dat noem ik geketend zijn aan de heerschappij van gedachten. Jullie kweken gedachten in je eigen kleine geest en je beschouwt ze als iets zeldzaams dat de moeite waard is goed te worden bewaard. Als men je gedachten niet respecteert, voel je je verongelijkt als een ouwe vrijster. Je voelt je zelfs aangerand als iemand ervan afwijkt, al is het maar een paar millimeter, kijk, zoiets noem ik jezelf te kijk zetten aan de schandpaal van het denken.

Als gedachten, zowel van anderen als van jezelf, je voorkomen alsof het golven zijn in de oceaan, die komen en gaan, de een niet belangrijker dan de andere, terwijl je niet onder de invloed van die gedachten komt, maar je toch nog vastklampt aan die ene gedachte dat je een toestand van volmaakte rust hebt bereikt, kijk, dat noem ik de dwaling van het rusten op de lauweren van het denken.

Wanneer er geen enkele gedachte meer om aandacht vraagt omdat het je duidelijk is geworden dat er, wat de Oorspronkelijke Geest betreft, niets bewaard hoeft te worden en door het denken niets verkregen kan worden, kijk, dat noem ik staan op de drempel van de Oorspronkelijke Geest.
Zijn in niet-tijd, niet-plaats, niet-vorm, niet-beweging en niet-gedachte, terwijl je waarneemt wat wordt waargenomen als er geen waarnemingen zijn, kijk, dat noem ik het zien van de Oorspronkelijke Geest.

Ook al zou je alle geschriften en verhandelingen van alle patriarchen hebben bestudeerd en alle ontwaakten hebben ontmoet en alle methoden van onderricht en mysterieuze krachten meester zijn en je ziet de Oorspronkelijke Geest niet, dan is het leven van jullie kaalkoppen niets meer dan nutteloos tijdverdrijf. Ik heb jullie eerder uit de geschriften voorgelezen.

Als ik zeg dat ze van de Boeddha afkomstig zijn, beschouwen jullie ze als heilig en word je met vrees en verering vervuld. Als ik zeg dat ze van de Bodhidharma of van een groot patriarch zijn, kijk dan eens hoe je vervuld wordt van bewondering en respect. Als ik zeg dat ze van een onbekende monnik zijn, kijk dan eens hoe je gaat twijfelen. En als ik zeg dat ze van de kok zijn, barsten jullie in lachen uit en denk je dat ik je voor de gek houd.

Wat belangrijk is voor jullie is niet de waarheid die deze woorden in zich dragen, maar het gezag dat wordt toegekend aan degene aan wie de woorden worden toegeschreven. Jullie zijn niet in staat zelf te kijken. Jullie denken wat je geacht wordt te denken volgens de mensen die je boven je geplaatst hebt. Jullie zijn voortdurend bezig dingen aan te vullen en te veranderen en te vervalsen. Daarom zijn jullie niet in staat de Oorspronkelijke Geest te zien zonder je te beroepen op wie of wat dan ook.

Kaalgeschoren schedels, jullie zijn een stelletje bedriegers. Jullie zijn een hopeloos geval.’

En de oude Cheng liep weg.

“Jullie zouden dolgraag weten wie ik toch wel ben, en uit welke spirituele school ik kom, wie mijn leraren zijn geweest, waar ik vandaan kom en nog een heleboel dingen die allemaal even oninteressant zijn. Sommigen denken dat ik wel een verlichte moet zijn, omdat immers de abt me gevraagd heeft jullie toe te spreken.

Anderen denken dat ze een oude gek voor zich zien die zich op een schandalige en beledigende manier gedraagt en die je met stokslagen naar buiten moet jagen, omdat hij de woorden noch de mannen uit het verleden respecteert die door de traditie vereerd worden, noch de woorden en de mannen van vandaag hoewel ze een verheven reputatie hebben. Zo kijken jullie alleen maar naar het omhulsel, naar de buitenkant, de vorm van de dingen en daardoor ontdekken jullie niet de ware man in jezelf.”

Deel twee uit een serie van zes. Een herhaling van een eerdere publicatie in het BD. Wij hopen nieuwe lezers daar een plezier mee te doen.

*De Oorspronkelijke Geest is ooit opgetekend uit de mond van de oude meester Chen. Advaita-Vedantaleraar Alexander Smit maakte voor zijn boek ‘Het onmiddellijke zien: gesprekken naar aanleiding van de woorden van de Oude Cheng’ voornamelijk gebruik van de herziene Nederlandse vertaling uit het Frans van Wolter A. Keers, zoals die werd gepubliceerd in ‘Chetana’ in 1985 (nr. 12 en 13). Propos du vieux Tcheng verscheen in 1974 in ‘Être’, een tijdschrift onder redactie van Jean Klein, dat in de jaren zeventig de non-dualistische benadering (advaita) belichtte.

home » boeddhisme » chinees boeddhisme » de woorden van de oude cheng (3)


De woorden van de Oude Cheng (3)

De abt van een klooster vraagt de oude Cheng zijn monniken te onderwijzen. De zaak loopt lichtelijk uit de hand.

‘Jullie hebben gehoord dat je kleine menselijke geest leeg moet zijn als je de Oorspronkelijke Geest wilt zien. En daar zit je dan, rechtop en stijf als een bamboe, blik op de muur, tong tegen het gehemelte, druk doende gedachten tot stilstand te brengen. Maar het resultaat is dat je uitkomt bij een afwezigheid van gedachten die je dan aanziet voor de leegte van de Oorspronkelijke Geest. Een ogenblik later begint het geborrel van de kleine geest weer zoals wanneer je wakker wordt uit de slaap. Wat heeft die afwezigheid van gedachten voor nut?

En als je opschrikt van een lichtflits, spring je ter plekke overeind als een veulen en je roept dat je de Oorspronkelijke Geest hebt gezien, dat je iets onmetelijks hebt beleefd en dat je bevoorrecht bent. Wat voor nut heeft dat, om door de bliksem te worden getroffen? Dat zijn allemaal kunstjes, goed genoeg voor het circus. Kaalgeschoren schedels, als jullie doorgaan met die manie en die pretentie van wat dan ook te willen bereiken en bezitten, vecht je voor een verloren zaak.

De Oorspronkelijke Geest zien, houdt in dat je die ziet, of er gedachten zijn of niet, of je onbeweeglijk of actief bent, of je spreekt zoals ik dat doe voor jullie dan wel of je zwijgt, of je keizer of monnik of dakloze zwerver bent. Welk belang kunnen zulke dingen hebben?

Wat voor verschil zou er kunnen zijn tussen de Boeddha en een ongeletterde plattelandsmonnik die alleen maar hout kan kloven, maar die de Oorspronkelijke Geest heeft gezien?

Er bestaat niet zoiets als een Oorspronkelijke Geest die speciaal bij een Bodhidharma hoort en een andere die speciaal bij de oude Cheng hoort of bij een van jullie. De Oorspronkelijke Geest is de Oorspronkelijke Geest. Iets anders kun je er niet over zeggen. Zelfs dit is al te veel.

Wat anderen over de Oorspronkelijke Geest hebben gezegd, en wat ik erover zeg, kan jullie alleen maar aanmoedigen hem zelf direct te gaan zoeken, zonder je te beroepen op enig ander gezag en zonder enig hulpmiddel. Want dat kan je blik alleen maar vertroebelen en je afhouden van de enige vraag waar je bezeten van moet zijn, waar je ook bent of wat je ook doet, of je mediteert of de binnenplaats veegt of je natuurlijke behoeften bevredigt.

Maar als ik zie wat jullie uithalen met de woorden van de patriarchen en met de mijne, dan zou je zeggen dat het beter was geweest als ze de patriarchen bij hun geboorte hadden verdronken, en mij daarbij.

Kaalgeschoren schedels, jullie lijden aan een ongeneeslijke ziekte. De hele wereld en jullie zelf zijn niets anders dan gedachten van je eigen kleine geest. Ze verdwijnen immers samen met de gedachten als je in slaap valt! En dat geldt precies zo voor de opinies die jullie kleine geest heeft verzonnen over de Boeddha en over de Weg en over de Oorspronkelijke Geest.

Begrijp nu toch eens en voorgoed dat al jullie pogingen om het Ondoordringbare te doordringen met je gedachten en activiteiten volmaakt zinloos zijn. Je kunt net zo goed proberen de wind te grijpen. Maar als er geen obstakels meer in jullie zijn en je staat helemaal open voor de Oorspronkelijke Geest, dan zul je regelrecht door hem worden gegrepen.

Omdat jullie over de leegte hebben horen praten als over het hoogst bereikbare resultaat, proberen jullie die te bereiken. Zo vervallen jullie in een verdoving en een gevoelloosheid, die je aanziet voor de leegte van de Oorspronkelijke Geest.

Omdat je over het Absolute hebt horen spreken als over de uiteindelijke toestand, verbeeld je je dat alle dingen gelijkwaardig zijn en dat geen enkel ding respect verdient. Zo verval je in anarchie en bandeloosheid, die je aanziet voor de al-een-heid van de Oorspronkelijke Geest.

Omdat je over zuiverheid heb horen spreken als onvervalste gelukzaligheid, span je je in om die te bereiken. Zo verval je tot koppigheid en onbuigzaamheid, die je aanziet voor de onthullende helderheid van de Oorspronkelijke Geest.

Omdat je over onthechting hebt horen spreken als de enige echte vrijheid, probeer je je af te scheiden van de wereld en van jezelf. Zo verval je tot onverschilligheid, die je aanziet voor de onafhankelijkheid van de Oorspronkelijke Geest.

Kaalgeschoren schedels, het is de Oorspronkelijke Geest waarvan gezegd wordt dat hij leegte, eenheid, helderheid en onafhankelijkheid is, en het kleine stukje van het grote wiel van het bestaan dat jullie zijn, kan nooit en te nimmer een van deze elementen bevatten.

Maar als je de Oorspronkelijke Geest zou zien, zou je weten dat hij je eigen diepste natuur is, die je geen enkele eigenschap kunt toekennen en die je in werkelijkheid geen enkele naam kunt geven. Dan zou je ook weten dat leegte, of het Absolute, of zuiverheid, of onthecht zijn, of Oorspronkelijke Geest enkel woorden zijn die alleen maar bestaan aan jullie kant en alleen omdat jullie blind en onwetend zijn.

Kaalgeschoren schedels, als je de Oorspronkelijke Geest wilt nadoen, is het met je gedaan.

Omdat jullie monniken geworden zijn, gedrenkt in de wetten van de Boeddha, en leerlingen van een beroemd Meester, denk je dat je anders bent dan het gewone volk, waar je verwaand op neerkijkt. Kaalgeschoren schedels, van de Oorspronkelijke Geest weten jullie net zoveel af als het onkruid op het veld.

Jullie zouden dolgraag weten wie ik toch wel ben, en uit welke geestelijke school ik kom, wie mijn leraren zijn geweest, waar ik vandaan kom en nog een heleboel dingen die allemaal even oninteressant zijn. Sommigen denken dat ik wel een verlichte moet zijn, omdat immers de abt me gevraagd heeft jullie toe te spreken.

Anderen denken dat ze een oude gek voor zich zien die zich op een schandalige en beledigende manier gedraagt en die je met stokslagen naar buiten moet jagen, omdat hij de woorden noch de mannen uit het verleden respecteert die door de traditie vereerd worden, noch de woorden en de mannen van vandaag hoewel ze een verheven reputatie hebben. Zo kijken jullie alleen maar naar het omhulsel, naar de buitenkant, de vorm van de dingen en daardoor ontdekken jullie niet de ware man in jezelf.

Kaalgeschoren schedels, jullie hebben je ogen dicht gepleisterd met modder en nu kom je je beklagen dat je blind bent.’

Druk gebarend liet de Oude Cheng de groep monniken alleen.

 

“Jullie zouden dolgraag weten wie ik toch wel ben, en uit welke spirituele school ik kom, wie mijn leraren zijn geweest, waar ik vandaan kom en nog een heleboel dingen die allemaal even oninteressant zijn. Sommigen denken dat ik wel een verlichte moet zijn, omdat immers de abt me gevraagd heeft jullie toe te spreken.

Anderen denken dat ze een oude gek voor zich zien die zich op een schandalige en beledigende manier gedraagt en die je met stokslagen naar buiten moet jagen, omdat hij de woorden noch de mannen uit het verleden respecteert die door de traditie vereerd worden, noch de woorden en de mannen van vandaag hoewel ze een verheven reputatie hebben. Zo kijken jullie alleen maar naar het omhulsel, naar de buitenkant, de vorm van de dingen en daardoor ontdekken jullie niet de ware man in jezelf.”


De woorden van de Oude Cheng (4)


De abt van een klooster vraagt de oude Cheng zijn monniken te onderwijzen. De zaak loopt lichtelijk uit de hand.

‘Kaalgeschoren schedels, door je helemaal over te geven aan de wil en aan de grillen van iemand anders die je hoog boven je hebt gesteld, waarbij je zover gaat dat je over alle dingen contact met hem opneemt, denk je dat je in de juiste houding leeft, zonder wereldse zaken en zonder verlangen. In werkelijkheid gedraag je je alleen maar als apenjongen die hun moeder geen ogenblik verlaten en zich koortsachtig aan haar vastklampen omdat ze doodsbang zijn.

En met het voortgaan van de tijd worden jullie als verdorde bomen die je ’s winters niet van andere kunt onderscheiden, maar die, als de tijd rijp is, niet uitbotten en geen vruchten dragen. Hoe kun je met zo’n manier van niets-doen ooit hopen de Oorspronkelijke Geest te zien?

O kaalgeschoren schedels, jullie zijn nu al dood.

Ieder mens wordt (voortdurend) door de Oorspronkelijke Geest verlicht. Sommigen zien het, anderen zien het niet. Dat is het enige verschil tussen hen. Maar jullie zijn als een dronkenlap die zich vastklampt aan het bamboe aan de buitenkant van een omheining, schreeuwend dat ze hem hebben opgesloten en dat hij onschuldig is en smekend om te worden bevrijd.

Kaalgeschoren schedels, niemand houdt je gevangen behalve jijzelf. Wat een ramp!

Niet in staat de Oorspronkelijke Geest te zien en zo uit jezelf te leven, verstoppen jullie je onbeduidendheid door de kleren van anderen aan te trekken, van levenden of van doden. Je verzamelt standpunten, verdiept je in de nuances, in de verschillen en in de punten van overeenkomst. Zo behang je jezelf met franje. En omdat je een stelletje domoren weet te verblinden met toeren, zie je jezelf aan voor verlicht.

Kaalgeschoren schedels, jullie zijn niets meer dan woordenmolens, niets meer dan goochelaars op de kermis. Jullie hebben je laten bekoren door jezelf. Jullie kwaal is ongeneeslijk.

Je hebt niemand nodig om het zonlicht te zien. Alles wat een ander daarover kan zeggen, is overbodig. Je bevindt je in het licht. Het verwarmt je lichaam, maar toch kun je het niet pakken en in een doosje stoppen. Elke poging het te bezitten, draait bij voorbaat uit op een mislukking. Je kunt het niet vangen, maar je kunt je er ook niet van ontdoen. Deze oude zeur heeft je dat al eens verteld, en vele anderen voor hem. Precies hetzelfde geldt voor de Oorspronkelijke Geest. Die is even duidelijk en even schitterend aanwezig als het licht van de zon. Maar ook hem kun je niet in je macht krijgen, en ook van hem kun je niet af.

Als jullie de Oorspronkelijke Geest niet kunnen zien, komt het doordat jullie verblind zijn door die hele woordentroep die je boven jezelf stelt. Je kunt hem niet zien doordat je vastzit aan het steeds weer proberen hem te pakken te krijgen met je denken of met je eerbetoon of met je oefeningen.

Je denkt dat hij ergens ver weg is, maar hij is hier. Je wilt hem te pakken krijgen, maar hij ontkomt. Als jullie nu weer eens helemaal eenvoudig werden, dan zou het, om hem te zien, genoeg zijn de ogen te openen, net zoals voor het licht van de zon. Daar is geen ingrijpen voor nodig.

Wie één zandkorrel heeft gezien, heeft de zandkorrels van alle stranden en woestijnen in de hele wereld gezien. Als je de Oorspronkelijke Geest ziet, zie je die in zijn volledigheid en ben je een Boeddha.

Ik sta hier voor jullie als een stuk hout waar geluid uit komt. Dat is geen verdienste en het is van geen enkel belang, want wezens als de oude Cheng zijn er altijd geweest en zullen er zijn tot aan het einde der dagen om hetzelfde geluid te laten horen.

Helaas voor jullie heb je je uitsluitend beziggehouden met de buitenkant en nu zien jullie hier alleen maar een stuk hout dat veel lawaai maakt. Daarom vindt de Oorspronkelijke Geest niet de weerklank in jullie waardoor je je onmiddellijk zou realiseren dat je nooit iets anders geweest bent dan de Oorspronkelijke Geest.’

En de oude Cheng trok zich terug.

‘Jullie zouden dolgraag weten wie ik toch wel ben, en uit welke geestelijke school ik kom, wie mijn leraren zijn geweest, waar ik vandaan kom en nog een heleboel dingen die allemaal even oninteressant zijn. Sommigen denken dat ik wel een verlichte moet zijn, omdat immers de abt me gevraagd heeft jullie toe te spreken.

Anderen denken dat ze een oude gek voor zich zien die zich op een schandalige en beledigende manier gedraagt en die je met stokslagen naar buiten moet jagen, omdat hij de woorden noch de mannen uit het verleden respecteert die door de traditie vereerd worden, noch de woorden en de mannen van vandaag hoewel ze een verheven reputatie hebben. Zo kijken jullie alleen maar naar het omhulsel, naar de buitenkant, de vorm van de dingen en daardoor ontdekken jullie niet de ware man in jezelf.”


De woorden van de Oude Cheng (5)

De abt van een boeddhistisch klooster nodigt de oude Cheng uit om zijn monniken te onderwijzen. De zaak loopt lichtelijk uit de hand.

‘Beschouw alle patriarchen, alle praatzieke mannetjes zoals ik als oplichters, omdat ze praten over iets dat ze je niet kunnen laten zien en dat ze je niet kunnen geven. Het enige nut dat je hun desnoods kunt toekennen, is het feit dat ze benadrukken dat ieder wezen de boeddhanatuur heeft.

Maar ieder van jullie moet die voor zichzelf zoeken zonder je door wat dan ook te laten afleiden, om haar ten slotte te vinden in haar fel oplichtende werkelijkheid. Wie zich laat verleiden door de woorden en de goocheltrucs van de patriarchen is verloren.

Kaalgeschoren schedels, in de hoop dat je daardoor de Oorspronkelijke Geest te zien zou krijgen, hebben jullie een heleboel dingen geleerd en opgeslagen in je kleine geestjes, zoals ze in dit klooster rijst opslaan in vaten. Zo hebben jullie niets anders gedaan dan onwetendheid verstoppen achter geleerde woorden over het ware en het onware, over goed en kwaad, over het eeuwige en het vergankelijke, over de hemel en de aarde, over de subtiele en de grovere elementen, over de verdiensten van de verschillende wegen en oefeningen, over de graad van verlichting die verkregen is door deze of gene, en over nog een heleboel andere dingen die precies even nutteloos zijn. Het enige wat hieruit blijkt, is dat jullie geen diepgang hebben en niet in staat zijn de juiste houding te vinden.

Kaalgeschoren schedels, het kwaad bij jullie zit in de pretentie en de arrogantie waardoor jullie denken te kunnen meten wat onmeetbaar is.

Als er onder jullie iemand is die tijdens het luisteren getroffen is door iets dat groter is en dieper gaat dan mijn woorden, en dat niet het soort verdoving is waar zovelen genoegen mee nemen in de waan dat het de Oorspronkelijke Geest is, maar een eenvoudige en actieve helderheid, hem alleen kan ik de juiste richting wijzen.

Op een gegeven moment zal zijn dikke modderkorst barsten gaan vertonen en ten slotte in één klap wegvallen. Op dat ogenblik zal hij het juweel van de Oorspronkelijke Geest zien schitteren. In deze hele aangelegenheid onderneem ik niets en grijp ik nergens in.

Ik ben niets anders dan een doorgang, een trechter voor de Oorspronkelijke Geest, die enkelen intuïtief via mij aanvoelen, via mij, de oude Cheng, die voor de rest ook niets anders is dan een modderige korst rondom een diamant.

Op alle vragen die me worden gesteld over de Oorspronkelijke Geest kan ik er alleen maar het zwijgen toe doen of antwoorden met ‘nee’. En iemand die de Oorspronkelijke Geest gezien heeft, heeft de oude Cheng niet meer nodig.

Als jullie echte kerels waren, zouden jullie gedachten en daden juist zijn en elk ogenblik in harmonie met hun object. Maar omdat jullie niet in staat zijn te zien dat jullie in wezen niets anders dan boeddhanatuur zijn, compenseren jullie je onwetendheid door je de gedachten en activiteiten van degenen die je boven je hebt geplaatst, eigen te maken. Jullie worden volledig in beslag genomen door het beamen van wat anderen denken en doen en dat is jullie schandpaal. Dat belet je de Oorspronkelijke Geest te zien.

Kaalgeschoren schedels, jullie zijn een dievenbende. Voor jullie is er geen hoop.

In je diepste wezen verschillen jullie in niets van de Boeddha. Wat je ontbreekt, is het ondubbelzinnig kennen van je eigen wezen. Dat is het enige wat je ontbreekt en wat jullie er steeds weer toe aanzet te proberen te worden wat je elk moment van je leven al bent geweest.

Het enige wat de moeite waard is in het leven is het voortdurend verweven zijn met de Oorspronkelijke Geest, die zo duidelijk als een berg voor je staat. Wijk daar een haarbreedte van af en je vervalt onmiddellijk weer in de chaos en in de eindeloze maalstroom van oorzaken en gevolgen.

Dit is de enige les die de oude Cheng jullie kan geven.’

En de oude Cheng vertrok.

“Jullie zouden dolgraag weten wie ik toch wel ben, en uit welke geestelijke school ik kom, wie mijn leraren zijn geweest, waar ik vandaan kom en nog een heleboel dingen die allemaal even oninteressant zijn. Sommigen denken dat ik wel een verlichte moet zijn, omdat immers de abt me gevraagd heeft jullie toe te spreken.

Anderen denken dat ze een oude gek voor zich zien die zich op een schandalige en beledigende manier gedraagt en die je met stokslagen naar buiten moet jagen, omdat hij de woorden noch de mannen uit het verleden respecteert die door de traditie vereerd worden, noch de woorden en de mannen van vandaag hoewel ze een verheven reputatie hebben. Zo kijken jullie alleen maar naar het omhulsel, naar de buitenkant, de vorm van de dingen en daardoor ontdekken jullie niet de ware man in jezelf.”

home » boeddhisme » chinees boeddhisme » de woorden van de oude cheng (6 en slot)


De woorden van de Oude Cheng (6 en slot)
11 april 2023 door De Oude Cheng Reageer

De abt van een boeddhistisch klooster nodigt de oude Cheng uit om zijn monniken te onderwijzen. De zaak loopt lichtelijk uit de hand.

‘De gedachte aan de Oorspronkelijke Geest is niets anders dan de weerkaatsing van die Geest in de beperkte geest. Zoals het beeld van de maan in een plas niets anders is dan de weerkaatsing van de maan. De Oorspronkelijke Geest blijft tegenwoordig en onveranderd, onberoerd door het lawaai van jullie denken en doen, net zoals de maan niet verandert en niet beroerd wordt door de helderheid of de troebelheid van het water, of door zijn kalmte of zijn golven, of door de grootte van de hoeveelheid water in de plas. Door al die dingen wordt alleen het beeld van de maan veranderd of weggevaagd. In werkelijkheid zit er geen maan in de plas.

Begrijp nu toch dat je met al je bedenksels de gevangene bent van je eigen geest. Je moet zo nodig reinheid betrachten, onthechting nastreven, vrijheid zien te verkrijgen en wel drie uur lang je gedachten stilzetten en zo zijn er nog talloze andere praktijken waar jullie je aan overgeven om de Oorspronkelijke Geest te pakken te krijgen. Zo zit je gevangen in je eigen kleine geest als een vis in een fuik.

Wat jullie aan het doen zijn, is net zo stom als wanneer iemand die de maan direct wil zien, daartoe het water in de plas schoonmaakt, de planten eruit haalt, een bamboeschutting om de plas zet om te voorkomen dat de wind er golfjes in maakt, of zelfs de plas laat leeglopen.

Kaalgeschoren schedels, begrijp toch dat jullie je uitsluitend laten vastleggen door je eigen gedachten en door je meelijwekkende manier van doen.

O kaalgeschoren vrienden, alleen omdat jullie zo verblind zijn, spreekt de oude Cheng over de Oorspronkelijke Geest en over de beperkte persoonlijke geest alsof het twee verschillende dingen zijn. Voor de oude Cheng zijn de Oorspronkelijke Geest en de persoonlijke geest, het eeuwige en het vergankelijke, wijsheid en onwetendheid, verlichting en verblinding, nirvana, soetra’s, het systeem van de Wet en de Boeddha zelf, niets anders dan de maalstroom van gedachten. Ze zijn net als dorre bladeren die een eigen leven lijken te hebben als de novemberwind ze laat opwaaien, maar die een ogenblik later weer levenloos zijn.

Kaalgeschoren schedels, de wezenlijke natuur van alle wezens en dingen is niet méér waard bij degene die haar ziet dan bij degene die haar niet ziet. Ze wordt op geen enkele manier beïnvloed door de vraag of ze al dan niet gekend wordt, en ook niet door de dingen waar je haar achter wegmoffelt.

Maar het staat jullie volkomen vrij je te blijven verliezen in het zoeken naar onderscheid en nuances en subtiliteiten en spitsvondigheden. En daarmee heb ik alles gezegd.
Kaalgeschoren schedels, de Boeddha heeft de Oorspronkelijke Geest aanvankelijk geprobeerd te vinden met behulp van zijn menselijke geest. Hij ontdekte dat dit onmogelijk was. Toen ging de Boeddha op zoek naar de Oorspronkelijke Geest met behulp van disciplines, zelfbeheersing en oefeningen. En opnieuw ontdekte hij dat deze manier nooit tot het doel kon leiden.

Toen hij onder de bodhiboom zat, had hij de Oorspronkelijke Geest nog steeds niet gevonden, maar hij had wel begrepen dat zijn denken noch zijn voelen noch zijn handelen in staat was hem zijn ware natuur te laten zien. Toen gaf de Boeddha het gebruik van zijn menselijke geest en van zijn handelen op; hij accepteerde zijn onwetendheid en erkende zijn onmacht daaraan een eind te maken.

In hem waren alleen nog maar onzekerheid en verwondering overgebleven zonder dat hij verder ergens door in beslag werd genomen. Onbeweeglijk zat hij, als een stuk dood hout, totdat, bij het opkomen van de morgenster, de Oorspronkelijke Geest hem verlichtte.

Dat is de ervaring van de Boeddha. Dat is het voorbeeld en het fundamentele onderricht dat hij ons heeft nagelaten. Maar jullie met z’n allen, discipelen van de Boeddha, wat hebben jullie gedaan? Je hebt je de Boeddha meester gemaakt om van zijn leven een legende te maken waar je in verrukking over kunt denken en van zijn persoon een afgod, geschikt om te aanbidden.

Jullie hebben je van de woorden van de Boeddha meester gemaakt om er iets heiligs van te maken, waardig om uit je hoofd te leren en te worden gereciteerd. Je hebt er verhandelingen over geschreven, je hebt er onophoudelijk over gekwebbeld en je hebt verschillende geloofsrichtingen tot stand gebracht. Jullie hebben tempels gebouwd en standbeelden gemaakt, wierook gebrand en kamfer aangestoken. Jullie hebben allerlei geloofsovertuigingen vastgelegd en dogma’s opgesteld en voorschriften en disciplines en oefeningen verzonnen.

Kaalgeschoren schedels, jullie zijn erin getrapt en je hebt je laten verleiden door al die dingen waarvan de Boeddha onderkend had dat het dwaalwegen waren die alleen maar tot chaos konden leiden. Door dat te doen, hebben jullie een hemelhoge muur opgetrokken rond de Oorspronkelijke Geest, die je wilt zien.

O kaalgeschoren vrienden, als jullie op die dwaalwegen blijven ronddolen, wat een mislukking is je leven dan!

En nu luister naar me met alle aandacht die je hebt. Nu zal ik je eindelijk het grote geheim onthullen van de Oorspronkelijke Geest. Wat ik je nu ga zeggen, is het belangrijkste en meest diepzinnige wat er ooit over gezegd is, namelijk dit:

Er bestaat geen geheim van de Oorspronkelijke Geest!’

De oude Cheng maakte een pirouette en verdween. Niemand heeft daarna ooit nog iets van hem gehoord.

“Jullie zouden dolgraag weten wie ik toch wel ben, en uit welke geestelijke school ik kom, wie mijn leraren zijn geweest, waar ik vandaan kom en nog een heleboel dingen die allemaal even oninteressant zijn. Sommigen denken dat ik wel een verlichte moet zijn, omdat immers de abt me gevraagd heeft jullie toe te spreken.

Anderen denken dat ze een oude gek voor zich zien die zich op een schandalige en beledigende manier gedraagt en die je met stokslagen naar buiten moet jagen, omdat hij de woorden noch de mannen uit het verleden respecteert die door de traditie vereerd worden, noch de woorden en de mannen van vandaag hoewel ze een verheven reputatie hebben. Zo kijken jullie alleen maar naar het omhulsel, naar de buitenkant, de vorm van de dingen en daardoor ontdekken jullie niet de ware man in jezelf.”

Dit is aflevering zes (en slot) in een serie die eerder in het BD werd gepubliceerd. Wij hopen nieuwe lezers daar een plezier mee te doen.

 *De Oorspronkelijke Geest is ooit opgetekend uit de mond van de oude meester Chen. Advaita-Vedantaleraar Alexander Smit maakte voor zijn boek ‘Het onmiddellijke zien: gesprekken naar aanleiding van de woorden van de Oude Cheng’ voornamelijk gebruik van de herziene Nederlandse vertaling uit het Frans van Wolter A. Keers, zoals die werd gepubliceerd in ‘Chetana’ in 1985 (nr. 12 en 13). Propos du vieux Tcheng verscheen in 1974 in ‘Être’, een tijdschrift onder redactie van Jean Klein, dat in de jaren zeventig de non-dualistische benadering (advaita) belichtte.


donderdag 9 februari 2012

Niets meer te zeggen ...



Ik heb eigenlijk niets meer te zeggen.
Ik lees nog wel, wandel, kijk.
Maar hoef daar niet zoveel meer over kwijt.
Best knap al die mensen met al die lange verhalen.
Een mooi plaatje, een leuk filmpje.
Maar verder ....
Jullie worden er niet gelukkiger door.
Het heeft bij mijn weten nog nooit iemand een stap verder geholpen.
Ik kan denk ik beter gaan koken.
Maar gelukkig is Sjoerdje vrij en levend.

dinsdag 7 februari 2012

Een spirituele ervaring


Gisteren gemaakt na het schaatsen

Schaatsen is een spirituele ervaring schreef iemand.
Voor mij was het LOL en genieten.
But, what is the difference?